Jaren geleden, in 2010, maakte ik met kinderboekenschrijfster Sanne de Bakker dit leuke rapconcert voor kinderen. Sanne schreef de teksten, voor mij was de primeur dat ik voor het eerst via Garageband de muziek ging componeren. Ik maakte gebruik van ‘effecten’ en sounds van GB, en sommige partijen speelde ik in. Dit allemaal vanachter mijn computer en digitale piano. Met prachtige tekeningen van (onze) Georgien Overwater! Met grappige dierengeluiden en twee leuke kinderen die het hebben ingerapt: Robin Leijdekkers en Florian Ven.
Het is nog steeds verkrijgbaar via de bibliotheek:
Dit stuk was eerder oorspronkelijk voor baritonsax & piano geschreven (speciaal voor Arthur Heuwekemeijer!) maar ter gelegenheid van de boekpresentatie van Jan, heb ik het ook gearrangeerd voor fagot & piano.
Chapiro’s handwritten version was converted into Sibelius notation by me for a concert. Frankly, I like her handwriting better, but the Sibelius version is a little easier to read, especially in the busier passages. This piece again reminded me very much of a CD recording with her in a little church in Kortenhoef, where I was allowed to turn her pages. Although there was almost only music of Mozart recorded, Fania had to relax in the break by indeed playing some Boogie-Woogie. She liked that and could do it well.
Chapiro’s handgeschreven versie van “Life ain’t so bad” | Donemus is voor een concert door mij omgezet in Sibelius notatie. Eerlijk gezegd vind ik haar handschrift mooier, maar de Sibelius versie is iets makkelijker te lezen, vooral in de drukkere passages. Ik moest bij dit stuk weer heel erg denken aan een cd-opname met haar in een kerkje in Kortenhoef, waar ik haar bladzijden mocht omslaan. Hoewel er bijna alleen muziek van Mozart werd opgenomen, moest Fania zich in de pauze even ontspannen door inderdaad wat Boogie-Woogie te spelen. Dat vond ze leuk en kon ze ook goed.
You can hear the mp3 of the piece below. It is a recording of a live performance on Sunday, January 21, 2024 in Huis van de Wijk Lydia (Roelof Hartplein, Amsterdam) with APK (Amsterdams Pianodocenten Kollektief) https://mafpiano.nl/apk during the Benefit concert for Ukraine: nl4ua.org
Je kunt de mp3 van het stuk hieronder horen. Het is een registratie van een live uitvoering op zondag 21 januari 2024 in Huis van de Wijk Lydia (Roelof Hartplein, Amsterdam) met APK (Amsterdams Pianodocenten Kollektief) https://mafpiano.nl/apk tijdens het benefietconcert voor Oekraïne: nl4ua.org
Lekker meezingen met Heleen met de accordeon! Een mix van Amsterdamse meezingers en zeeliederen, en af en toe wat Iers.
1. Aan de Amsterdamse grachten/Wim Sonneveld (C/g)
Aan de Amsterdamse grachten Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand Amsterdam vult mijn gedachten Als de mooiste stad in ons land Al die Amsterdamse mensen Al die lichtjes ’s avonds laat op het plein Niemand kan zich beter wensen Dan een Amsterdammer te zijn
Er staat een huis aan de gracht in oud Amsterdam Waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam Nu zit een vreemde meneer in ’t kamertje voor En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor Aleen de bomen, de bomen, hoog boven het verkeer En over het water gaat er een bootje net als weleer
Aan de Amsterdamse grachten Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand Amsterdam vult mijn gedachten Als de mooiste stad in ons land Al die Amsterdamse mensen Al die lichtjes ’s avonds laat op het plein Niemand kan zich beter wensen Dan een Amsterdammer te zijn
2. Tulpen uit Amsterdam/Herman Emmink (F/a)
Als de lente komt dan stuur ik jou Tulpen uit Amsterdam Als de lente komt pluk ik voor jou Tulpen uit Amsterdam Als ik wederkom dan breng ik jou Tulpen uit Amsterdam Duizend gele, duizend rooie Wensen jou het allermooiste Wat mijn mond niet zeggen kan Zeggen tulpen uit Amsterdam
Lalalaa lalaa lalaa lalaa, lalalalaa lalaa Lalalaa lalaa lalaa lalaa, lalalalaa lalaa Lalalaa lalaa lalaa lalaa, lalalalaa lalaa Duizend gele, duizend rooie Wensen jou het allermooiste Wat mijn mond niet zeggen kan Zeggen tulpen uit Amsterdam
3. Zuiderzee ballade (G)
Couplet
Opa, kijk ik vond op zolder, ’n foto van een ouwe boot, Is dat nog van voor de polder, van die ouwe vissersvloot. Jochie, dat is ’n gelukkie, ik was dat prentje jaren kwijt. ‘k Heb nou weer ’n heel klein stukkie, Van die goeie ouwe tijd.
Refrein
Daar is het water, daar is de haven, Waar j’ altijd horen kon, we gaan aan boord. De voerman laat er nou paarden draven En aan de horizon, leid Emmeloord. Eens ging de zee hier te keer, Maar die tijd komt niet weer, Zuiderzee heet nou IJsselmeer. ’n Tractor gaat er nou greppels graven, ‘k Zie tot de horizon geen schepen meer.
Couplet
Kijk, die jongeman ben ikke, ja, ikke was de kapitein. Hiero, en die grote dikke, ja, dat moet malle Japie zijn. Opa, en die blonde jongen, vooraan bij de fokkeschoot? Opa, zeg nou wat! Die jongen, is je Ome, die is dood.
Refrein
In ’t diepe water, ver van de haven, In die novembernacht, voor twintig jaar. Door ’t brakke water is hij begraven, Maar als ‘k nog even wacht, zien wij elkaar. Toen ging de zee zo tekeer, in een razend verweer. Ongestraft slaat niemand haar neer. Nu jaren later, hier paarden draven, Zie ik de hand en macht, van onze Heer.
(tweede keer refrein)
Waar is het water, waar is de haven, Waar j’ altijd horen kon, we gaan aan boord. De voerman laat er, z’n paard nou draven En aan de horizon leidt Emmeloord. Eens ging de zee hier tekeer, maar die tijd komt niet weer. ‘T Water leidt nou achter de dijk. Waar eens de golven, het land bedolven, Golft nou een halmenzee, de oogst is rijk.
Tekst: Willy van Hemert | Muziek: Joop de Leur
4. Kleine café aan de haven (Gm)
Couplet
De avondzon valt over straten en pleinen, De gouden zon zakt in de stad. En mensen die moe in hun huizen verdwijnen, Ze hebben de dag weer gehad. De neonreclame die knipoogt langs ramen, Het motregent zachtjes op straat. De stad lijkt gestorven, toch klinkt er muziek
Uit een deur die nog wijd open staat.
Refrein
Daar in dat kleine café aan de haven, Daar zijn de mensen gelijk en tevree. Daar in dat kleine café aan de haven, Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Couplet
De toog is van koper toch ligt er geen loper, De voetbalclub hangt aan de muur. De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox, Een pilsje dat is er niet duur. Een mens is daar mens, rijk of arm, ’t is daar warm, Geen monsieur of madam, maar W.C. Maar ’t glas is gespoeld in het helderste water, Ja, ’t is daar een heel goed café
Refrein
Daar in dat kleine café aan de haven, Daar zijn de mensen gelijk en tevree. Daar in dat kleine café aan de haven, Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Couplet
De wereldproblemen die zijn tussen twee glazen bier opgelost voor altijd. Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening, of je staat in het krijt. Maar het enige wat je aan eten kunt krijgen dat is daar een hardgekookt ei. De mensen die zijn daar gelukkig gewoon, ja de mensen die zijn daar nog blij!
Refrein
Daar in het kleine café aan de haven, Daar zijn de mensen gelijk en tevree. Daar in dat kleine café aan de haven, Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Pierre Kartner (vader Abraham)
5. What shall we do with the drunken sailor? (Am)
1. What shall we do with a drunken sailor? What shall we do with a drunken sailor? What shall we do with a drunken sailor? Early in the morning!
… Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
2. Shave his belly with a rusty razor Shave his belly with a rusty razor Shave his belly with a rusty razor Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
3. Put him in a long boat till his sober Put him in a long boat till his sober Put him in a long boat till his sober Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
4. Stick him in a scupper with a hosepipe bottom Stick him in a scupper with a hosepipe bottom Stick him in a scupper with a hosepipe bottom Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
5. Put him in the bed with the captains daughter Put him in the bed with the captains daughter Put him in the bed with the captains daughter Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
6. That’s what we do with a drunken sailor That’s what we do with a drunken sailor That’s what we do with a drunken sailor Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
Folk Son
6. Molly Malone (E)
In Dublin′s fair city Where the girls are so pretty I first set my eyes on sweet Molly Malone As she wheeled her wheel-barrow Through streets broad and narrow Crying, “Cockles and mussels, alive, alive, oh!”
She was a fishmonger And sure ’twas no wonder For so were her father and mother before And they both wheeled their barrows Through streets broad and narrow Crying, “Cockles and mussels, alive, alive, oh!”
She died of a fever And no one could save her And that was the end of sweet Molly Malone But her ghost wheels her barrow Through streets broad and narrow Crying, “Cockles and mussels, alive, alive, oh!”
Irish Folk Song (Dublin, Johnny Logan, The Dubliners)
7. My Bonnie is over the ocean (G)
My Bonnie lies over the ocean My Bonnie lies over the sea My Bonnie lies over the ocean Oh, bring back my Bonnie to me…
Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me, to me Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me
Oh blow ye winds over the ocean Oh blow ye winds over the sea Oh blow ye winds over the ocean and bring back my Bonnie to me
Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me, to me Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me
Last night as I lay on my pillow Last night as I lay on my bed Last night as I lay on my pillow I dreamt that my Bonnie was dead
Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me, to me Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me
The winds have blown over the ocean The winds have blown over the sea The winds have blown over the ocean And brought back my Bonnie to me
Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me, to me Bring back, bring back Oh, bring back my Bonnie to me
Traditional Scottish Song
8. Wild Rover (C)
I’ve been a wild rover for many’s the year And I’ve spent all me money on whiskey and beer But now I’m returning with gold in great store And I never will play the wild rover no more
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
I went to an alehouse I used to frequent I told the landlady my money was spent I ask her for credit, she answered me nay Such a custom as yours I can have any day
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
I brought from me pocket ten sovereigns bright And the landlady’s eyes opened wide with delight She said:’I have whiskeys and wines of the best And the words that you told me were only in jest’
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
I’ll go home to my parents, confess what I’ve done And I’ll ask them to pardon their prodigal son And when they’ve caressed me, as oft times before I never will play the wild rover no more
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
Irish Drinking Song (gecoverd door The Dubliners)
9. Amsterdam/Maggie MacNeal (Am/e)
Waar in de wereld je ook bent Je denkt terug aan dat moment En weet niet waar je het van kent
Maar opeens herinner je je weer Er was een eindeloze sfeer En die is er telkens weer
In Amsterdam, Amsterdam Is van alles aan de gang Amsterdam, Amsterdam Bestaat al eeuwenlang
Amsterdam, Amsterdam De stad waar alles kan Amsterdam, Amsterdam Iedereen die weet ervan
Hier ben je werk’lijk nooit alleen Je vindt een deel van iedereen In alle dingen om je heen
Hier voelen zich alle mensen blij En in hun doen en laten vrij Met het gevoel: je hoort erbij
In Amsterdam, Amsterdam Is van alles aan de gang Amsterdam, Amsterdam Bestaat al eeuwenlang
In die stad Waar heel de wijde wereld jou begroet Vind je dat wat je zoekt Overal in overvloed
Amsterdam, Amsterdam Daar is van alles aan de gang Amsterdam, Amsterdam Bestaat al eeuwenlang
Amsterdam De stad waar alles kan Amsterdam, Amsterdam Iedereen die weet ervan
10. Geef mij maar Amsterdam (refrein)
Geef mij maar Amsterdam Dat is mooier dan Parijs Geef mij maar Amsterdam Het Mokums paradijs Geef mij maar Amsterdam Met z’n Amstel en het IJ Want in Mokum ben ik rijk en gelukkig tegelijk Geef mij maar Amsterdam
Op 11 februari om 15 u speelt deze voorstelling in Theater Vrijburcht, Vaillantlaat 143, 1986 XZ IJburg, Amsterdam. U kunt reserveren via het theater: theatervrijburcht.nl
Vertelconcert Domenico Scarlatti & Maria Barbara
Piano, tekst & spel: Heleen Verleur | Regieadvies: Julia Bless
Pruik & kleding: Andrea Palm
Ooit was er een tijd waarin men muziek en opera belangrijker vond dan politiek: in het 18e eeuwse Spanje waar de Napolitaanse componist en pianist Scarlatti klavierlessen gaf aan de 17-jarige Portugese prinses Maria Barbara, de latere koningin van Spanje. Maar pas toen castraatzanger en rasartiest Farinelli zich ook bij het Spaanse hof aansloot, veranderde alles!
Een verhaal over vertrouwen, jaloezie, vriendschap, vijandschap, gekte én liefde voor muziek.
In haar nieuwste voorstelling kruipt Heleen in de huid van Scarlatti’s leerlinge Maria Barbara, die waarschijnlijk een ‘soulmate’ voor hem is geweest. Voor wie anders schreef hij al zijn 555 Sonates? En zij kon ze allemaal spelen! Maria Barbara werd uiteindelijk 17 jaar lang gevangengehouden in haar paleis door haar (stief)schoonmoeder, dus ze had alle tijd om samen muziek te maken met Scarlatti. Ook de castraat Farinelli speelt een belangrijke rol in dit bizarre, maar waargebeurde sprookje.
Enkele reacties op de voorstelling:
“Had nog nooit van Scarlatti gehoord, maar dit zal ik nooit meer vergeten. | Het was zó levendig en beeldend: En de muziek betoverend. Wat had ik een heerlijke middag! | Het was een erg leuk, origineel en mooi optreden! | Ik ben helemaal fan van Scarlatti geworden. Ik kende hem natuurlijk al maar sinds je uitvoering heb ik zeker wel om de dag naar een playlist van hem op Spotify geluisterd. Zo fantasievol, elk werk heeft een heel eigen identiteit. Prachtig! | Schitterend concert. Echt geweldig. Nóg mooier en theatraler dan ik al verwacht had.”
Over de klaviercomponist Domenico Scarlatti is weinig bekend. Er is maar één portret van hem, er zijn maar een paar briefjes met zijn eigen handschrift gevonden en zelfs zijn sonates zijn niet in het originele notenschrift want ze zijn allemaal later gekopieerd. Waarschijnlijk door zijn klavierleerlinge Maria Barbara, prinses van Portugal. Is er daarom nooit eerder een voorstelling over hem gemaakt?
In deze vertelvoorstelling kijken we door de ogen van de net 17 jaar geworden prinses Maria Barbara naar het leven van de Napolitaanse componist Scarlatti. Heleen Verleur heeft hier een unieke vorm voor bedacht. Zoals zij eerder ook bij George Sand & Chopin deed, kruipt zij nu in de huid van Maria Barbara: de beroemde leerlinge van Scarlatti die heel goed klavecimbel kon spelen. Maria Barbara en haar echtgenoot Fernando worden 17 jaar lang gevangen gehouden in het paleis. Op welke wijze heeft Scarlatti’s muziek hen gered? Wat doet de castraat Farinelli elke avond in de slaapkamer van koning Filips V? Hoe komt het dat hij uiteindelijk zijn eerste minister wordt? Scarlatti’s vader zit hem dicht op de huid, daarom stelt Scarlatti in 1717 een document op waarin hij zijn vader dwingt om hem zelfstandig te verklaren. Wat voor invloed heeft hun complexe relatie op Scarlatti’s componeren? Een prachtige combinatie van theater en muziek, door één persoon uitgebeeld. Een voorstelling met de kracht van eenvoud en een minimum aan decor en attributen. Enkele reacties op de voorstelling Scarlatti:
“Had nog nooit van Scarlatti gehoord, maar dit zal ik nooit meer vergeten.”
“Het was zó levendig en beeldend: En de muziek betoverend. Wat had ik een heerlijke middag!”
’t Was een succes. Heb zo genoten van vanmiddag. En het was te zien, dat anderen ook genoten. Vond het toch best spannend, vandaag. De eerste keer dat ik de voorstelling weer deed sinds 30 juni in Amsterdam. Daar zat een hele zomervakantie tussen. Het was drie maanden geleden.
Paar van de vele reacties die me bijstaan van vandaag:
“Had nog nooit van Scarlatti gehoord, maar dit zal ik nooit meer vergeten.”
“Oooo Heleen van dee je het leuk! Het was zó levendig en beeldend: En de muziek betoverend. Wat had ik een heerlijke middag door jou!”
“Vond het jammer dat het al was afgelopen.”
Deze reacties raakten mij. Hier doe ik het voor! Want ik wil graag dat mensen betoverd raken door muziek. Dat maakt het leven leuker, lichter én dieper.
Op donderdag 12 oktober speel ik de voorstelling bij EOKS. Daarna is de première op 26 november om 11.30 u bij het Pianola Museum in de Westerstraat. Vergeet niet te reserveren, want er kunnen ongeveer 40 mensen in de zaal.
Opa, kijk ik vond op zolder, ’n foto van een ouwe boot, Is dat nog van voor de polder, van die ouwe vissersvloot. Jochie, dat is ’n gelukkie, ik was dat prentje jaren kwijt. ‘k Heb nou weer ’n heel klein stukkie, Van die goeie ouwe tijd.
Refrein
Daar is het water, daar is de haven, Waar j’ altijd horen kon, we gaan aan boord. De voerman laat er nou paarden draven En aan de horizon, leid Emmeloord. Eens ging de zee hier te keer, Maar die tijd komt niet weer, Zuiderzee heet nou IJsselmeer. ’n Tractor gaat er nou greppels graven, ‘k Zie tot de horizon geen schepen meer.
Couplet
Kijk, die jongeman ben ikke, ja, ikke was de kapitein. Hiero, en die grote dikke, ja, dat moet malle Japie zijn. Opa, en die blonde jongen, vooraan bij de fokkeschoot? Opa, zeg nou wat! Die jongen, is je Ome, die is dood.
Refrein
In ’t diepe water, ver van de haven, In die novembernacht, voor twintig jaar. Door ’t brakke water is hij begraven, Maar als ‘k nog even wacht, zien wij elkaar. Toen ging de zee zo tekeer, in een razend verweer. Ongestraft slaat niemand haar neer. Nu jaren later, hier paarden draven, Zie ik de hand en macht, van onze Heer.
(tweede keer refrein)
Waar is het water, waar is de haven, Waar j’ altijd horen kon, we gaan aan boord. De voerman laat er, z’n paard nou draven En aan de horizon leidt Emmeloord. Eens ging de zee hier tekeer, maar die tijd komt niet weer. ‘T Water leidt nou achter de dijk. Waar eens de golven, het land bedolven, Golft nou een halmenzee, de oogst is rijk.
Tekst: Willy van Hemert
Muziek: Joop de Leur
2. Al die willen te kaap’ren varen
Al die willen te kaap’ren varen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee
Al die ranzige tweebak lusten
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee
Al die deftige pijpkens smoren
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee
Al die met ons de walrus kelen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee
Al die duivel en dood niet duchten
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjores en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee
Uit de liedbundel Het oude Nederlandsche lied van Florimond van Duyse (1903) Van Duyse vermeldt als de bron E. de Coussemaker, Chants populaires des Flamands de France (1e druk: Gent 1856). Elders geeft Van Duyse als commentaar: ‘Te kap’ren varen’ beteekent als zeeroover, als vrijbuiter varen.
3. Kleine café aan de haven
Couplet
De avondzon valt over straten en pleinen, De gouden zon zakt in de stad. En mensen die moe in hun huizen verdwijnen, Ze hebben de dag weer gehad. De neonreclame die knipoogt langs ramen, Het motregent zachtjes op straat. De stad lijkt gestorven, toch klinkt er muziek
Uit een deur die nog wijd open staat.
Refrein
Daar in dat kleine café aan de haven, Daar zijn de mensen gelijk en tevree. Daar in dat kleine café aan de haven, Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Couplet
De toog is van koper toch ligt er geen loper, De voetbalclub hangt aan de muur. De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox, Een pilsje dat is er niet duur. Een mens is daar mens, rijk of arm, ’t is daar warm, Geen monsieur of madam, maar W.C. Maar ’t glas is gespoeld in het helderste water, Ja, ’t is daar een heel goed café
Refrein
Daar in dat kleine café aan de haven, Daar zijn de mensen gelijk en tevree. Daar in dat kleine café aan de haven, Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Couplet
De wereldproblemen die zijn tussen twee glazen bier opgelost voor altijd. Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening, of je staat in het krijt. Maar het enige wat je aan eten kunt krijgen dat is daar een hardgekookt ei. De mensen die zijn daar gelukkig gewoon, ja de mensen die zijn daar nog blij!
Refrein
Daar in het kleine café aan de haven, Daar zijn de mensen gelijk en tevree. Daar in dat kleine café aan de haven, Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Pierre Kartner (vader Abraham)
4. What shall we do with the drunken sailor?
1. What shall we do with a drunken sailor? What shall we do with a drunken sailor? What shall we do with a drunken sailor? Early in the morning!
… Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
2. Shave his belly with a rusty razor Shave his belly with a rusty razor Shave his belly with a rusty razor Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
3. Put him in a long boat till his sober Put him in a long boat till his sober Put him in a long boat till his sober Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
4. Stick him in a scupper with a hosepipe bottom Stick him in a scupper with a hosepipe bottom Stick him in a scupper with a hosepipe bottom Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
5. Put him in the bed with the captains daughter Put him in the bed with the captains daughter Put him in the bed with the captains daughter Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
6. That’s what we do with a drunken sailor That’s what we do with a drunken sailor That’s what we do with a drunken sailor Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
Way hay and up she rises Way hay and up she rises Way hay and up she rises Early in the morning!
Folk Song
5. Wild Rover
I’ve been a wild rover for many’s the year And I’ve spent all me money on whiskey and beer But now I’m returning with gold in great store And I never will play the wild rover no more
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
I went to an alehouse I used to frequent I told the landlady my money was spent I ask her for credit, she answered me nay Such a custom as yours I can have any day
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
I brought from me pocket ten sovereigns bright And the landlady’s eyes opened wide with delight She said:’I have whiskeys and wines of the best And the words that you told me were only in jest’
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
I’ll go home to my parents, confess what I’ve done And I’ll ask them to pardon their prodigal son And when they’ve caressed me, as oft times before I never will play the wild rover no more
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
And it’s no, nay, never No, nay never no more Will I play the wild rover No never no more
Irish Drinking Song (gecoverd door The Dubliners)
6. Padam padam (Edith Piaf)
Cet air qui m’obsède jour et nuit Cet air n’est pas né d’aujourd’hui Il vient d’aussi loin que je viens Traîné par cent mille musiciens Un jour cet air me rendra folle Cent fois j’ai voulu dire pourquoi Mais il m’a coupé la parole Il parle toujours avant moi Et sa voix couvre ma voix
Padam… padam… padam… Il arrive en courant derrière moi Padam… padam… padam… Il me fait le coup du souviens-toi Padam… padam… padam… C’est un air qui me montre du doigt Et je traîne après moi comme un drôle d’erreur Cet air qui sait tout par cœur
Il dit: Rappelle-toi tes amours Rappelle-toi puisque c’est ton tour ‘Y a pas d’raison pour qu’tu n’pleures pas Avec tes souvenirs sur les bras… Et moi je revois ceux qui restent Mes vingt ans font battre tambour Je vois s’entrebattre des gestes Toute la comédie des amours Sur cet air qui va toujours
Padam… padam… padam… Des je t’aime” de quatorze-juillet Padam… padam… padam… Des toujours” qu’on achète au rabais Padam… padam… padam… Des veux-tu” en voilà par paquets Et tout ça pour tomber juste au coin d’la rue Sur l’air qui m’a reconnue
Écoutez le chahut qu’il me fait
Comme si tout mon passé défilait
Faut garder du chagrin pour après J’en ai tout un solfège sur cet air qui bat Qui bat comme un cœur de bois…
7. Amsterdamse grachten
Aan de amsterdamse grachten Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand Amsterdam vult mijn gedachten Als de mooiste stad in ons land Al die amsterdamse mensen Al die lichtjes ’s avonds laat op het plein Niemand kan zich beter wensen Dan een amsterdammer te zijn
Er staat een huis aan de gracht in oud amsterdam Waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam Nu zit een vreemde meneer in ’t kamertje voor En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor Alleen de bomen, de bomen, hoog boven het verkeer En over het water gaat er een bootje net als weleer
Aan de Amsterdamse grachten Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand Amsterdam vult mijn gedachten Als de mooiste stad in ons land Al die Amsterdamse mensen Al die lichtjes ’s avonds laat op het plein Niemand kan zich beter wensen Dan een Amsterdammer te zijn Al die Amsterdamse mensen Al die lichtjes ’s avonds laat op het plein Niemand kan zich beter wensen Dan een Amsterdammer te zijn
Kat hoorde het van Uil, een ver familielid, op een doordeweekse dag in augustus.
“Maar wanneer is Kleine Beer dan overleden?” vroeg Kat. “Dat kan ik je helaas niet vertellen,” zei Uil.
“Maar dood moet je toch altíjd vertellen?” vroeg Kat.
“Dat vind jij, maar misschien is het voor Grote Beer anders,” antwoordde Uil. Ze zat op een tak en wiebelde van haar ene pootje naar haar andere.
Kat zat als versteend. Kat had al een tijd niet gesproken met haar zus, Grote Beer. Kat had geen idee, dat Kleine Beer dood zou gaan. Sinds Kat zich kon herinneren, woonde Kleine Beer met zijn ouders en broertje op dezelfde plek. Kleine Beer had ook een vrouw en een zoon, ver weg, maar door omstandigheden zag hij zijn vrouw en zoon bijna niet meer. Dat was heel verdrietig, zowel voor hem als voor Grote Beer, die zó trots was op haar kleinzoon!
Een paar jaar later verhuisde de familie naar een hoge flat. Kleine Beer bleef bij zijn ouders en broertje wonen, hoewel hij nog vaak dacht aan zijn vrouw en zoon in het verre buitenland.
Het leek of Kat de schuld was van alles wat er eerder was mis gegaan. Want ineens werd de hele familie Beer boos op Kat.
Vooral Beer was boos. Maar ook haar echtgenoot en Kleine Beer en zijn broertje lieten niets horen. Kat wist niet waarom. Ze kreeg wel elk jaar een verjaardagkaart, en ook een kerstkaart, van Beer en familie. Maar daar stond alleen op: “Prettige Kerstdagen.” Kat zocht op FB contact met Kleine Beer, maar ze kreeg geen reactie.
Op een zeker moment maakte Grote Beer aan Kat duidelijk dat ze geen contact meer wilde. Kat vroeg haar naar de reden. “Denk daar zelf nog maar eens goed over na!” beet Beer haar toe. Kat stuurde zowel mails, apps als een brief naar Beer. Maar Beer antwoordde niet.
Grote Beer bleef boos. Dit duurde ongeveer drie jaar. Intussen hoorde Kat dat het met Kleine Beer niet goed ging. Hij was ernstig ziek. Kat ging op bezoek bij Kleine Beer, in het ziekenhuis. Hij was net geopereerd. Een jaar later ging ze nog een keer op bezoek bij hem thuis. Grote Beer deed toen eerst alsof ze Kat niet hoorde en zag. Langzaamaan ontdooide ze een beetje. Kleine Beer leek blij te zijn met het bezoek van Kat. Maar Kat wist het niet zeker. Bij Kleine Beer kon je niet weten of hij het fijn vond om je te zien. Hij liet het niet zo blijken.
Kat vond het nog steeds moeilijk te begrijpen. Hoe Kat ook peinsde, ze wist niet wat ze verkeerd had gedaan. Voelde Grote Beer misschien al eerder wrok over het verleden? En had ze daar nooit iets over gezegd? Had Grote Beer alles opgespaard?
Kat vroeg het aan Hond. Hond was haar andere zus, waarmee ze sinds kort weer telefonisch contact had. Hond had al langer geleden afstand genomen van de hele familie, maar was sinds kort weer benaderbaar.
Kat vroeg Hond of zij misschien wist waarom Grote Beer boos was. “Ach, Kat,” zei Hond, “jullie zijn zó verschillend! Ik snap jou, maar ik snap ook Beer. Jullie begrijpen dingen soms anders. Of ik begrijp, dat jullie soms dingen anders snappen.”
“Maar dat is toch niet zo erg?” zei Kat, “ik vind het eigenlijk wel leuk, dat we niet hetzelfde denken over dingen. Andere inzichten verbreden je horizon!”
“Nou ja,” antwoordde Hond. “Grote Beer wil natuurlijk wel best graag, dat je het met haar eens bent.” En zij kauwde daarna peinzend op haar voorpoot.
“Maar het is toch niet zo, dat ik het met haar oneens ben, als ik er anders over denk?” stamelde Kat.
Hond trok haar wenkbrauwen op. “Kat, voor jou is dat zo, maar voor Beer misschien niet!”
“Maar wat moet ik nu doen, ik vind het zo erg van Kleine Beer! Ik wilde naar hem toe, maar ik vond het zo moeilijk omdat ik niet wist of ik welkom was! En ik kon toch niet weten, dat hij voorgoed weg zou gaan!”
“Je kon het niet weten,” zei Hond, “en daar kun je nu niets meer aan doen. Ga door met leven. Laat het los! “
Naschrift:
Onlangs heb ik in mijn familie iets meegemaakt wat heel moeilijk te verwerken was. Ik wist me gewoon geen raad met mijn emoties. Het was gewoon genade, dat ik plotseling dacht: “ik ga het op papier zetten”, maar vooral ook, dat ik in plaats van de personen te noemen, van elk personage een dier maakte. Zoiets als in de verhalen van Toon Tellegen. Het werd een sprookje, of, als je het zo wilt noemen: een fabel, zoals Reinaert De Vos (zonder het niveau te willen vergelijken ;)). Iets in mij, koos voor de dieren Beer, Kat en Hond. En er kwam ook even een Uil in voor. Alleen al het schrijven heeft mij hierbij zó geholpen. Het was als zo’n sneeuwbol die geschud werd: toen ik het had geschreven, werd ineens alles een stuk rustiger in mijn hoofd en lichaam.
Alleen al door van een mens een dier te maken, wordt alles anders. Je kunt er dan als het ware iets ruimtelijker, van een afstandje naar kijken. Bijvoorbeeld al: hoe bepaal je wie in jouw verhaal welk dier is? Ook het dier dat je kiest, zegt iets over hoe jij de persoon ziet. Zoals ik tegen een goede vriendin zei: het is een manier om dingen te kunnen voelen zonder dat het met je op de loop gaat.