Categorie archief: Persoonlijk

Over epigenetica

Hier wilde ik al lang iets over schrijven en/of citeren, maar het is heel lastig om heldere en goed geschreven artikelen te vinden. Deze website komt tot nu toe het dichtst in de buurt: over epigenetica

Schermafbeelding 2019-06-13 om 23.40.15

Het blijft een beetje droge kost, maar praktisch gezien is dit waanzinnig interessant. Al heel lang denkt de wetenschap dat wij mensen bepaald worden door onze genen (“nature”) óf door omgevingsfactoren (“nurture”) zoals familie, omstandigheden enz. Maar er is nog een derde: epigenetica. Zoals hieronder wordt uitgelegd. Als je nu al slaperig wordt, zal ik een sprekend voorbeeld geven:
een vrouw wordt panisch bij het zien van een slang, al zit hij achter het glas in Artis: het is een echte fobie. Toevallig, bij een familiebijeenkomst, ontdekt de vrouw dat een familielid vroeger bijna is gewurgd door een wurgslang (dit speelde in Indonesië). Deze angst is aan haar doorgegeven. Ze heeft hier niet over horen vertellen, tóch heeft zij die angst. Dit is niet zweverig of zo, het is iets dat wetenschappelijk is onderzocht: genen worden geactiveerd of gedeactiveerd door moleculen op de genen (vandaar de term epigenetica; ‘epi’ betekent ‘op’). Simpel gezegd: de genen gaan “aan” of “uit” als gevolg van wat iemand meemaakt en/of doet. Het vakgebied epigenetica gaat over hoe deze interactie tussen omgeving en genen precies plaatsvindt. Dit is dus heel belangrijk! Want: alles wat je doet, maar vooral hoe je je erbij voelt, heeft effect. Op jou, maar ook op je nakomelingen. En zelfs op de mensen met wie je omgaat. Want alles wat je zegt of doet, of ervaart, kan iets veranderen in je lichaam, en in dat van je medemensen. Een reden temeer om bewust te leven. Stress, bijvoorbeeld, heeft een enorme impact. Dus afgezien van dat het voor jezelf beter is om te proberen stressfactoren te verminderen, is het ook voor je omgeving een zegen om ontspannen in het leven te staan.

Nu gaan we even terug in de tijd (en dit heb ik dus overgenomen van de hierboven genoemde website:)

“Charles Darwin: de evolutietheorie
In 1859 publiceerde Charles Darwin zijn evolutietheorie na decennia van studie. Zijn ideeën waren zowel gebaseerd op eigen jarenlange observaties als geïnspireerd op ideeën uit andere wetenschapsgebieden zoals de geologie, paleontologie en economie. Darwin had geobserveerd dat individuen in een populatie verschillende erfelijke kenmerken hadden en ook dat ze in het algemeen meer nakomelingen produceerden dan konden overleven in hun omgeving. Hij bedacht dat individuen die goed aangepast waren aan hun omgeving in het algemeen meer nageslacht voortbrachten dan andere individuen. Dit mechanisme verklaarde hoe na verloop van tijd kenmerken die voordeel opleverden in een omgeving meer gingen voorkomen in die omgeving. Darwin noemde dit mechanisme afstamming met modificatie door natuurlijke selectie.

Voor de juistheid van Darwins theorie is inmiddels een overweldigende hoeveelheid verschillende soorten bewijs. Dit bewijs is niet alleen gebaseerd op de studie van het verleden (bijvoorbeeld via fossielen) maar ook op directe observatie in het hier en nu. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van drugsresistente bacteriën. Darwin bewees dat evolutie plaatsvindt maar hij had vrijwel geen idee hoe. Hij wist bijvoorbeeld niets van het bestaan van DNA.

De neo-Darwinistische synthese: combinatie van evolutietheorie en genetica In de twintigste eeuw heeft er een kennisexplosie op dit gebied plaatsgevonden. Gebaseerd op het werk van Georg Mendel gingen wetenschappers op zoek naar erfelijke factoren. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwam het idee van het gen als drager van erfelijke eigenschappen naar voren. Rond 1950 was bekend dat chromosomen vooral uit DNA bestonden en in 1953 ontdekten Watson & Crick de structuur van DNA: een dubbelgestrengde en gedraaide helix. Door de steeds verder toenemende kennis over genetica werd steeds concreter begrepen hoe evolutie plaatsvindt. Deze combinatie van evolutie-theorie en genetica wordt de neo-Darwinistische synthese genoemd. Dit is tot vandaag de dag de dominante manier van denken over evolutie.

Deze theorie stelde dat genen de enige basis voor evolutie zijn en dat het genetische materiaal niet verandert onder invloed van de omgeving en dat verworven eigenschappen daardoor niet kunnen worden doorgegeven aan het nageslacht (wat Lamarck dacht). Darwin sloot de ideeën van Lamarck niet helemaal uit, de neo-Darwinisitische synthese doet dat wel. Binnen dit paradigma wordt zeker wel erkend dat de omgeving ook een invloed heeft op hoe individuen zich ontwikkelen. Er wordt in dit verband gesproken van nature versus nurture (de invloed vanuit de genen versus de invloed vanuit opvoeding en omgeving). Via tweelingonderzoeken werd getracht om de relatieve inbreng van deze twee factoren te bepalen op allerlei kenmerken van individuen (zoals intelligentie).

Epigenetica
Al decennialang zijn er barstjes in het neo-Darwinistische paragidma en deze barstjes zijn steeds groter geworden. Ze zijn nu zo groot dat we er niet meer onderuit kunnen om te zeggen dat het paradigma herzien moet worden. Wat deze barstjes veroorzaakt is een paradigma dat epigenetica heet. Deze term werd bedacht door Conrad Waddington in de veertiger jaren. Hij realiseerde zich dat het voor onze ontwikkeling nodig is dat genen verschillend moeten kunnen reageren in verschillende contexten.

Dit idee was gebaseerd op het inzicht dat cellen van embryo’s pluripotent zijn: ze kunnen zich tot allerlei verschillende soorten cellen ontwikkelen die tezamen het lichaam vormen. In de jaren zestig was al iets bekend over hoe genen reageren op hun omgeving. Het was toen al bekend dat genen geactiveerd of gedeactiveerd konden worden door moleculen die op de genen waren geplaatst (vandaar de term epigenetica; ‘epi’ betekent ‘op’). Het vakgebied epigenetica gaat over hoe deze interactie tussen omgeving en genen precies plaatsvindt.”

Componeren met kinderen

Haha, hoeveel docenten lukt het, om binnen een half uur met een leerling van zes die voor het eerst op pianoles komt, een compositie te maken én te noteren? Puck en mij is het gelukt, vandaag. De rechterhand helemaal zelf verzonnen, de linkerhand een beetje geholpen. Over de titel moet Puck nog even nadenken .. Toen we het gingen opschrijven, wist ze nog niet wat een ‘compositie’ was. Nu wel!

Puck's compositie

Puck’s compositie

Tussen Stockhausen door ..

Vandaag ging ik in de pauze voor het vierde deel van Stockhausen even terug naar huis, om voor mijn fanatiek toetsenlerende dochter sushi te halen. Eigenlijk had ik er zelf ook wel zin in, dus ik zocht natuurlijk een altruïstisch excuus. Voor een keertje mag dat toch wel? Bij de AH in de Jodenbreestraat waar ze de hele dag door verse sushi maken, deed ik een paar van die bakken in mijn kar. Plus nog wat luxedingen die ik eigenlijk niet vreselijk nodig had, zoals een kwartliter witte wijn, ossenworst en kattenblikken.. dit laatste is niet echt luxe, maar ik bedoel dat ze nog niet op waren.

Schermafbeelding 2019-06-11 om 00.38.01

Ineens zag ik de enorme rijen voor de kassa, en de briefjes die er hingen: de pin doet het niet. OMG! Ik had geen stuiver in mijn portemonnee. Ik moest ook eigenlijk over een half uur weer in de Westergasfabriek zijn. Ik had al een geheim plan om mijn portie Sushi daarnaartoe mee te nemen en het lekker in het Westerpark op te eten met een nipje van dit miniflesje witte wijn. Daar ging mijn plan!
Met de trouwehondenachtigste ogen keek ik een mevrouw in de lange rij aan, en zei: zou u misschien mijn kar even met u mee willen trekken? Ik moet namelijk even pinnen want de pin bij de kassa doet het niet. Ze keek me verbaasd (en ik verbeeldde me, ook, licht geërgerd) aan, en zei: “O, euh, ja hoor, dat ik goed.” Ik snelde naar de pinautomaat in de AH, waarvan de medewerker zojuist nog zei dat hij het deed.. maar ook daar zat een briefje op. Wat nu?
Dan maar snel naar de pinautomaat bij ABN, aan de overkant. Daar aangekomen: pin defect. Ik dacht aan die mevrouw met mijn boodschappen, en nam een koortsachtig besluit: als ik terug zou gaan, dwars door al die hordes Pinkstertoeristen, dan zou ik het niet halen. Het spijt me zo, mevrouw! Maar ik liet haar dus in de steek, met míjn boodschappen. Hopelijk zal ze het op een dag begrijpen. Misschien staat mijn kar daar morgen nog steeds te wachten? Sorry, sushi!

Me in toenemende mate schuldig voelend, maar toch ook enigszins opgefokt door toenemende tijdsdruk, besloot ik nog een poging te wagen bij de AH op de Nieuwmarkt. Maar ook daar: hetzelfde verhaal. Geen pin, en alle automaten kaduuk.
Dit was zwemmen tegen de stroom in. Ik besloot mijn plan op te geven. Dan maar geen sushi. Daar komt een mens overheen. Wel jammer om de rest van de opera te missen. Nog even langs huis om te zeggen dat het sushi-plan niet doorging. Een flesje wijn uit de voorraad in mijn tas, en twee papieren bekertjes. Gehaast terugfietsen, waar ik nog net op tijd was voor het vervolg.
Na nog anderhalf uur opera met een helicopterkwartet had ik bijzonder veel trek gekregen, dus besloot ik maar een frietje te halen. Precies op dat moment kwam ik Hanneke en Luc tegen: zij wonen in de buurt van de Westergas. Hanneke vertelde dat de allerbeste frites van Amsterdam op een paar stappen afstand te verkrijgen waren. Ze waren overheerlijk! Gelukkig ging ik weer met de stroom mee. Zo kwam alles toch nog goed.

Aus Licht/Stockhausen

Schermafbeelding 2019-06-10 om 23.28.01

Mijn bescheiden indruk, kort gezegd, na een intense dag en avond van dit enorme Holland Festival Project (ik ben alleen bij dag drie geweest):
- muziek zeer knap uitgevoerd, prachtige kostuums, beelden, lichten enz.
- intrigerende muziek (vond vooral het gedeelte met de soldaat en de zangeres erg mooi, en de koren aan het eind)
- doch mijns inziens veel te lang. In elk geval te lang naar mijn smaak. Als de helft zou overblijven dan zou er nog meer dan genoeg zijn. Mijn aandacht dwaalde regelmatig af, omdat ik het wel gehoord had. Dit gebeurde zelfs aan het eind bij de koren, hoewel dat ongelooflijk knap was gedaan: een staaltje van vakmanschap dat je niet vaak hoort. Maar ik vond wat er “dramatisch” gebeurde (of juist niet gebeurde) toch te statisch. En muzikaal gezien teveel van hetzelfde. Of mis ik iets?
- ik hou persoonlijk niet zo van al dat gesis en geklak enz. Ik vind het even leuk, maar al vrij snel wordt het in mijn oren een “truukje” dat naar mijn idee niet veel toevoegt
- maar wat ik het moeilijkst vond: het raakte me niet echt. Ik ben niet superontroerd geweest. Misschien komt het omdat er niet een duidelijk verhaal inzit, of omdat het verhaal dát erin zit, zo bizar, en/of vaag is, dat ik me niet goed kan inleven. Gevoelsmatig raakte ik er niet zo bij betrokken. Als je een spannend boek leest, wil je geen bladzijde missen. Die spanning voelde ik niet. Want in deze opera is er wel goed, kwaad en vrouwelijke energie in de vorm van Eva, maar dat vind ik dramaturgisch gezien te weinig
- ik heb diep respect voor alle musici. Ook de meiden van het Strijkkwartet: wat hebben ze geweldig gespeeld. Wat een leuke, spontane meiden en wat speelde ze goed. Complimenten voor Asdis Valdimarsdottir, die ze gecoached heeft. Ik vond die scene met die vier helicopters spectaculair. Ben ik een simpele ziel? Het begin en het eind van het stuk vond ik heel spannend. Maar ertussenin weer te lang. Het leek me wel supermoeilijk om te spelen, maar ik vond het nogal veel van hetzelfde. Teveel herhaling. Sorry als ik nu mensen kwets, hiermee!
Er bekroop mij vandaag ineens een gedachte: als sommige muzikanten, zonder die fancy kostuums, op straat deze muziek zouden spelen, dan waren veel mensen vandaag in de zaal, meteen doorgelopen.
Toch moet me, ook nu, weer iets van het hart: ik zit nog steeds te verwerken wat ik vandaag heb meegemaakt. Heeft het meer inpact om mij gehad dan ik me eerder voorstelde?

Er mochten tijdens de voorstelling geen foto’s worden gemaakt, dus de foto’s bij deze blog heb ik zo’n beetje ‘stiekem’ gemaakt.
Als je nog wat meer over de voorstelling wilt lezen: dit schreef recensent Frits van der Waa op 3 juni 2019 in de Volkskrant.
Hieronder neem ik voor een deel van zijn recensie over. Ik ben het er niet helemaal mee eens: de stukken die ik cursief zet zijn de zinnen of gedeelten waar ik het niet helemaal of helemaal niet mee eens ben. De beschrijvingen van Frits kloppen echter beter dan wanneer ik ze nu zelf uit mijn mouw schud:

Tot volgende week maandag (t/m 10 juni, is nu net afgelopen) is De Gashouder in Amsterdam herschapen tot het universum van Karlheinz Stockhausen. Parabolische lichtbanen strekken zich uit door de halfduistere cirkelvormige ruimte, waar vier grote videoschermen al het hoorbare van een visuele component voorzien. De mega-operatie Aus Licht biedt zo’n vijftien uur muziek, maar is nog zuinig vergeleken met wat Stockhausen eigenlijk voor ogen stond met Licht: een zevendelige operacyclus, voor elke dag van de week één. 26 jaar werkte hij eraan, van 1977 tot 2003.

Al vanaf de eerste deelopvoeringen werd duidelijk dat het Stockhausen, een van de grote voormannen van de naoorlogse muziek, enigszins in de bol was geslagen. Licht is gebaseerd op een zelfverzonnen mythologie met drie hoofdfiguren, Michael, ­Lucifer en Eva (zeg maar: het Goede, Kwade en Vrouwelijke). Behalve zeer nauwkeurige instructies geeft de componist ook aanwijzingen over gebaren, dansjes en scenografie, die door menigeen als tenenkrommend werden ervaren.

Foto: H. Verleur

Foto: H. Verleur

Als iemand recht kan doen aan de bedoelingen van Stockhausen is het wel theater- en operamagiër Pierre Audi. In dat opzicht is Aus Licht volledig geslaagd. De toeschouwer kan zich onderdompelen in een muziektheatrale totaalbeleving. Tegelijkertijd maakt de onderneming pijnlijk duidelijk dat Licht, naast levenswerk, vooral een uitdragerij van ideeën is.

Serieel
De muziek van Stockhausen is niet gebaseerd op toonladders, maar op alle twaalf tonen van het octaaf (en zelfs die daartussen), dit heet seriële muziek. Al het materiaal uit de opera Licht is afgeleid van drie toonreeksen, waaruit door getalmanipulaties ook alle andere grootheden als tijdsduur, vormverloop en timbre worden afgeleid.

Absoluut dieptepunt is het veelbesproken Helikopter-Streichquartett, waaraan te zien is dat Stockhausen elke bevlieging gewoon binnenschoof in zijn operaconcept. Zo wordt zondagmiddag op de schermen getoond hoe de vier jonge strijkers van het Pelargos Quartet elk in een helikopter opstijgen en, zonder elkaar te horen, een mitraillerend spervuur van verglijdende tonen voortbrengen. Niet alleen werkt het geronk van de machines vooral als stoorzender en is de compositie aan de primitieve kant, ook heeft het niets uit te staan met de materie van Licht.

Schermafbeelding 2019-06-10 om 23.27.51

Zo wordt het genie van Stockhausen menigmaal gefnuikt door zijn ­gebrek aan zelfkritiek en hang naar overmaat. In Luzifers Tanz is een enorm blaasorkest als een muur opgesteld tegenover het publiek en bestookt het drie kwartier lang met een ondoorzichtige notenbrij. Michaels Jugend, de eerste scène uit het werk en een van de weinige die nog iets weg heeft van traditionele opera, verzandt in oeverloos georeer.

De hang naar het eindeloze werkt wél in de elektronische voor- en naspelen, waarin de toehoorders vrij mogen ronddwalen in de door subtiel evoluerende lichtspelen opgeluisterde klanklandschappen, waarmee Stockhausen een voorschot nam op techno en ambient.

Spaarzaamheid loont in Mädchenprozession en Evas Lied, heldere composities die fascineren door subtiele klankmengsels, en door het aandeel van de fabelachtige kinderkoren en -solisten. Zij brengen de moeilijk te memoriseren en opnieuw erg lange muziek feilloos ten gehore.

Frappant is dat Stockhausen in zijn koormuziek juist wel tot een ­subliem evenwicht komt van vorm, maat en inhoud. In Welt-Parlament laat een met buisklokken uitgeruste voorzitter beurtelings solisten en groepen zangers aan het woord.

En Engel-Prozessionen, een grandioze ­finale van de driedaagse coproductie van De Nationale Opera en het Holland Festival – het enige stuk waarin luidsprekers geen rol spelen – is een wonderbaarlijk ritueel. De groepen zangers schrijden door de ruimte en komen uiteindelijk samen, zingend in exotische talen en samenklanken vol ongrijpbare sonoriteiten.

Dat deze meesterlijke muziek is ontsproten aan hetzelfde brein als het heilloze helikopterkwartet is ­nauwelijks te bevatten, maar ze ­bevestigt dat Stockhausens streven naar het sublieme niet tevergeefs was.

Tot zover de Volkskrant.

Schermafbeelding 2019-06-10 om 23.28.01

If I Had Words

Wie kent dit mooie liefdesliedje uit 1977 nog, met een lichte ‘reggae touch’? Het werd met overgave gezongen door Scott Fitzgerald en Yvonne Keeley. Typisch zo’n melodie die je bijna niet meer uit je hoofd krijgt, vooral ook omdat het heel vaak herhaald wordt. Ik heb overigens nooit geteld hoe vaak!
Je kunt het hier horen op Youtube:

Scott Fitzgerald en Yvonne Keeley

En hier als filmmuziek van Babe:

Filmmuziek Babe

Niet iedereen weet dat de melodie eigenlijk is ‘geleend’ van een klassieke componist: de Franse componist C. Saint-Saëns, die u hieronder kunt horen:

Maestoso uit de 3e Symfonie in c mineur Op.78 van C. Saint-Saëns

Scott Fitzgerald & Yvonne Keeley

Scott Fitzgerald & Yvonne Keeley

C. Saint-Saëns

C. Saint-Saëns

Inval van Remco Campert

Pijn als ingeslagen ruiten
de traag bewegende nachtelijke helmen
in de verlaten kamers
harde stemmen die lachen
het angstige gras afwachtend om het huis.

Ik kan niet meer lopen
ik kan alleen nog kruipen
en dan in de struiken schuilen
met mijn lippen de aarde proeven
en de aarde mijn tranen.

O nacht schilder de aarde zwart
wind wees hen tegengezind
gras verberg me
liefste denk een lief woord in mijn mond
nu je armen mij niet meer omarmen.

Remco Campert

Dit indrukwekkende gedicht van Remco Campert is jaren geleden door mij op muziek gezet. De onderstaande opname zet ik vandaag op FB ter gelegenheid van Dodenherdenking. Het wordt hier prachtig gezongen door sopraan Renée Harp.
De muziek is te horen via deze link:

Youtube ‘Inval’ tekst: Remco Campert muziek: Heleen Verleur

Hulphond

Ik wilde gewoon even tussendoor een boodschapje doen. Maar toen ik mijn fiets neerzette tegen het huis, viel mij ineens op dat er achterin een auto, vlakbij geparkeerd, een grote hond lag te hijgen. De Volvo stond in de volle zon en er was geen raam open. Dit bracht mij meteen in opperste staat van paraatheid.
Ik zag iemand van parkeerbeheer op een scootertje.. wie weet kon die gegevens achterhalen van deze auto?
Inmiddels was er nog iemand bijgekomen, en nog iemand.. en ons buurmeisje. Iedereen deed mee.

Foto op de betreffende auto

Foto op de betreffende auto

Na ongeveer vijf bellen in de straat te hebben ingedrukt met de vraag of iemand deze auto kende, besloten we met z’n allen dat de politie bellen het beste was. Misschien niet 112, maar bureau IJtunnel. Daar kreeg ik, na een antwoordapparaat dat eeuwig leek te duren, een vriendelijke politieman aan de lijn. Hijgde de hond? Dat was een goed teken. Een hulphond? Hoe lang was de situatie al zo? Ja, als ik dát wist.. ik kwam ook nog maar net een kwartier geleden naar buiten! Hij ging proberen te achterhalen of er een telefoonnummer van de eigenaar te vinden was.. In wat voor staat leek de hond? Nou: hij keek verlangend naar ons, met z’n tong uit z’n bek. Ik vond het zo zielig. Een hulphond, nog wel! Nee, helaas geen gegevens van de eigenaar. Politie ging het doorgeven, actie werd ondernomen. Afwachten nu tot ze zouden komen! Intussen was ik op nog wat bellen aan het drukken.. weinig mensen thuis!
Halverwege de straat, zag ik plotseling een man aankomen. Niet echt snel, maar voorzichtig. Zou dat misschien.. ?
En ja hoor. Opluchting en irritatie streden in mij om voorrang. Van de consternatie drukte ik per ongeluk op de uitknop van mijn mobiel, terwijl de politie nog aan de lijn hing.. “Uw hond had het heel warm,” zei ik, “de politie was al gebeld.” “Oh, ja, het duurde onverwacht iets langer dan ik dacht,” zei de eigenaar. “We vonden het heel naar voor de hond dat hij zo alleen in een warme auto zonder raam open, zat!” zei ik, terwijl ik hem nadrukkelijk aankeek. Hopelijk deed hij dit niet nóg een keer! De politie belde mij nu terug, en ik kon het nieuws melden dat de eigenaar was teruggekomen. De aardige politieman bedankte mij voor m’n oplettendheid, en ik hem voor zijn luisterend oor. Alles bij elkaar opgelucht dat het voorbij was, en dat we toch actie hadden ondernomen (hopelijk herinnert die eigenaar zich dit nog lang!) fietste ik naar Albert Heijn.

Schermafbeelding 2019-04-24 om 16.26.14

Bij AH zag ik een jongetje van een jaar of acht met blonde krullen bij de koekjesafdeling alle pakjes met koekjes zo hard indrukken, tot ze braken. Mijn belangstelling, en irritatie, was wederom gewekt.. why? Waarom deed hij dat? Uit frustratie dat hij zelf geen koekjes kreeg? Ik zag een man en een vrouw bij hem in de buurt, ze deden niets. De man liep mijn kant op. De jongen was inmiddels een hoek omgeslagen. Ik vroeg: “bent u misschien de vader van die jongen daar?” De (inderdaad nog vrij jonge) man keek mij zeer verbaasd aan, en zei: “niet dat ik weet!” Ik zei: “O, haha, je stond net daar, bij die vrouw, dus ik dacht dat je bij hen hoorde!” En ik vertelde over wat ik zojuist had gezien. De man zei: “Als ik ooit een kind krijg, zal ik in elk geval zorgen voor een didactische lijn in de opvoeding!” We lachten allebei hard om deze gekke situatie. Het lachen verging mij echter al snel toen ik in de verte zag dat het kind was begonnen aan een aantal doppen van Colaflessen te draaien. Ik liep erop af. Er stond een man naast, met donkere krullen. Zou dit de vader zijn? Ik vroeg opnieuw: “Is dit uw kind?” “Sorry?” “Is this your child?” Aan zijn defensieve houding kon ik opmaken dat de irritatie inmiddels op mijn gezicht was af te lezen. “Yes?!” “Ok, your child has been pushing ALL the cookies in this shop untill they break, and now he is opening the Cola bottles.” De vader keek naar de Cola flessen en gaf het onsterfelijke antwoord: “They are still closed.” Ik gaf hem een ijskoude blik, en zei: “I think it is time to correct your child.” Maar misschien wist hij ook niet dat hij een kind had, net als de eerste man. Het kind verstopte zich inmiddels achter de rug van zijn vader. Op één of andere manier gaf mij dat toch voldoening. Goed zo, wees maar even bang. Als je ouders je niet opvoeden, dan maar die enge onbekende mevrouw! Inmiddels duurde mijn boodschapje een uur. Maar het was het waard.