Alle berichten van Heleen Verleur

Over epigenetica

Hier wilde ik al lang iets over schrijven en/of citeren, maar het is heel lastig om heldere en goed geschreven artikelen te vinden. Deze website komt tot nu toe het dichtst in de buurt: over epigenetica

Schermafbeelding 2019-06-13 om 23.40.15

Het blijft een beetje droge kost, maar praktisch gezien is dit waanzinnig interessant. Al heel lang denkt de wetenschap dat wij mensen bepaald worden door onze genen (“nature”) óf door omgevingsfactoren (“nurture”) zoals familie, omstandigheden enz. Maar er is nog een derde: epigenetica. Zoals hieronder wordt uitgelegd. Als je nu al slaperig wordt, zal ik een sprekend voorbeeld geven:
een vrouw wordt panisch bij het zien van een slang, al zit hij achter het glas in Artis: het is een echte fobie. Toevallig, bij een familiebijeenkomst, ontdekt de vrouw dat een familielid vroeger bijna is gewurgd door een wurgslang (dit speelde in Indonesië). Deze angst is aan haar doorgegeven. Ze heeft hier niet over horen vertellen, tóch heeft zij die angst. Dit is niet zweverig of zo, het is iets dat wetenschappelijk is onderzocht: genen worden geactiveerd of gedeactiveerd door moleculen op de genen (vandaar de term epigenetica; ‘epi’ betekent ‘op’). Simpel gezegd: de genen gaan “aan” of “uit” als gevolg van wat iemand meemaakt en/of doet. Het vakgebied epigenetica gaat over hoe deze interactie tussen omgeving en genen precies plaatsvindt. Dit is dus heel belangrijk! Want: alles wat je doet, maar vooral hoe je je erbij voelt, heeft effect. Op jou, maar ook op je nakomelingen. En zelfs op de mensen met wie je omgaat. Want alles wat je zegt of doet, of ervaart, kan iets veranderen in je lichaam, en in dat van je medemensen. Een reden temeer om bewust te leven. Stress, bijvoorbeeld, heeft een enorme impact. Dus afgezien van dat het voor jezelf beter is om te proberen stressfactoren te verminderen, is het ook voor je omgeving een zegen om ontspannen in het leven te staan.

Nu gaan we even terug in de tijd (en dit heb ik dus overgenomen van de hierboven genoemde website:)

“Charles Darwin: de evolutietheorie
In 1859 publiceerde Charles Darwin zijn evolutietheorie na decennia van studie. Zijn ideeën waren zowel gebaseerd op eigen jarenlange observaties als geïnspireerd op ideeën uit andere wetenschapsgebieden zoals de geologie, paleontologie en economie. Darwin had geobserveerd dat individuen in een populatie verschillende erfelijke kenmerken hadden en ook dat ze in het algemeen meer nakomelingen produceerden dan konden overleven in hun omgeving. Hij bedacht dat individuen die goed aangepast waren aan hun omgeving in het algemeen meer nageslacht voortbrachten dan andere individuen. Dit mechanisme verklaarde hoe na verloop van tijd kenmerken die voordeel opleverden in een omgeving meer gingen voorkomen in die omgeving. Darwin noemde dit mechanisme afstamming met modificatie door natuurlijke selectie.

Voor de juistheid van Darwins theorie is inmiddels een overweldigende hoeveelheid verschillende soorten bewijs. Dit bewijs is niet alleen gebaseerd op de studie van het verleden (bijvoorbeeld via fossielen) maar ook op directe observatie in het hier en nu. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van drugsresistente bacteriën. Darwin bewees dat evolutie plaatsvindt maar hij had vrijwel geen idee hoe. Hij wist bijvoorbeeld niets van het bestaan van DNA.

De neo-Darwinistische synthese: combinatie van evolutietheorie en genetica In de twintigste eeuw heeft er een kennisexplosie op dit gebied plaatsgevonden. Gebaseerd op het werk van Georg Mendel gingen wetenschappers op zoek naar erfelijke factoren. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwam het idee van het gen als drager van erfelijke eigenschappen naar voren. Rond 1950 was bekend dat chromosomen vooral uit DNA bestonden en in 1953 ontdekten Watson & Crick de structuur van DNA: een dubbelgestrengde en gedraaide helix. Door de steeds verder toenemende kennis over genetica werd steeds concreter begrepen hoe evolutie plaatsvindt. Deze combinatie van evolutie-theorie en genetica wordt de neo-Darwinistische synthese genoemd. Dit is tot vandaag de dag de dominante manier van denken over evolutie.

Deze theorie stelde dat genen de enige basis voor evolutie zijn en dat het genetische materiaal niet verandert onder invloed van de omgeving en dat verworven eigenschappen daardoor niet kunnen worden doorgegeven aan het nageslacht (wat Lamarck dacht). Darwin sloot de ideeën van Lamarck niet helemaal uit, de neo-Darwinisitische synthese doet dat wel. Binnen dit paradigma wordt zeker wel erkend dat de omgeving ook een invloed heeft op hoe individuen zich ontwikkelen. Er wordt in dit verband gesproken van nature versus nurture (de invloed vanuit de genen versus de invloed vanuit opvoeding en omgeving). Via tweelingonderzoeken werd getracht om de relatieve inbreng van deze twee factoren te bepalen op allerlei kenmerken van individuen (zoals intelligentie).

Epigenetica
Al decennialang zijn er barstjes in het neo-Darwinistische paragidma en deze barstjes zijn steeds groter geworden. Ze zijn nu zo groot dat we er niet meer onderuit kunnen om te zeggen dat het paradigma herzien moet worden. Wat deze barstjes veroorzaakt is een paradigma dat epigenetica heet. Deze term werd bedacht door Conrad Waddington in de veertiger jaren. Hij realiseerde zich dat het voor onze ontwikkeling nodig is dat genen verschillend moeten kunnen reageren in verschillende contexten.

Dit idee was gebaseerd op het inzicht dat cellen van embryo’s pluripotent zijn: ze kunnen zich tot allerlei verschillende soorten cellen ontwikkelen die tezamen het lichaam vormen. In de jaren zestig was al iets bekend over hoe genen reageren op hun omgeving. Het was toen al bekend dat genen geactiveerd of gedeactiveerd konden worden door moleculen die op de genen waren geplaatst (vandaar de term epigenetica; ‘epi’ betekent ‘op’). Het vakgebied epigenetica gaat over hoe deze interactie tussen omgeving en genen precies plaatsvindt.”

Review on ‘Piano Animals’

Really nice to read this review from grand old lady Nadia Lasserson:

Donemus/Piano Animals for four hands and six hands by Heleen Verleur
Heleen Verleur, based in The Netherlands, is well-known for her chamber music and ensemble pieces for young pianists . Her Piano trios have already been reviewed in Piano Journal and I had the privilege of sharing a workshop with her last year and hearing several of her Trios performed by young school children. Heleen Verleur certainly understands the elementary stages of piano study and these piano ensemble pieces are no exception. The five pieces were commissioned by the 2017 Groninger Piano Festival and the composer states that they are “intended for everyone with a playful spirit, independent of age”.
“Monkeys”, “Wild Pigs”, “Whales”, “Giraffes” and “The horse of uncle Loeks” all depict the various characteristics of each title offering young people huge fun in learning these quirky pieces and the composer is well aware of maintaining childrens’ interests by making both parts equally interesting ,relevant.and melodious. The pieces can be performed separately or all linked together into a longer work. The same music is also arranged for 6 hands on one piano which offers even greater musical fun in the preparation of these charming pieces for concert performance.
Nadia Lasseron/Piano Magazine
Piano Animals has been published at Donemus, for 4 hands and 6 hands: Donemus Webshop

You can hear the book on Youtube: Piano Animals on Youtube

Componeren met kinderen

Haha, hoeveel docenten lukt het, om binnen een half uur met een leerling van zes die voor het eerst op pianoles komt, een compositie te maken én te noteren? Puck en mij is het gelukt, vandaag. De rechterhand helemaal zelf verzonnen, de linkerhand een beetje geholpen. Over de titel moet Puck nog even nadenken .. Toen we het gingen opschrijven, wist ze nog niet wat een ‘compositie’ was. Nu wel!

Puck's compositie

Puck’s compositie

Tussen Stockhausen door ..

Vandaag ging ik in de pauze voor het vierde deel van Stockhausen even terug naar huis, om voor mijn fanatiek toetsenlerende dochter sushi te halen. Eigenlijk had ik er zelf ook wel zin in, dus ik zocht natuurlijk een altruïstisch excuus. Voor een keertje mag dat toch wel? Bij de AH in de Jodenbreestraat waar ze de hele dag door verse sushi maken, deed ik een paar van die bakken in mijn kar. Plus nog wat luxedingen die ik eigenlijk niet vreselijk nodig had, zoals een kwartliter witte wijn, ossenworst en kattenblikken.. dit laatste is niet echt luxe, maar ik bedoel dat ze nog niet op waren.

Schermafbeelding 2019-06-11 om 00.38.01

Ineens zag ik de enorme rijen voor de kassa, en de briefjes die er hingen: de pin doet het niet. OMG! Ik had geen stuiver in mijn portemonnee. Ik moest ook eigenlijk over een half uur weer in de Westergasfabriek zijn. Ik had al een geheim plan om mijn portie Sushi daarnaartoe mee te nemen en het lekker in het Westerpark op te eten met een nipje van dit miniflesje witte wijn. Daar ging mijn plan!
Met de trouwehondenachtigste ogen keek ik een mevrouw in de lange rij aan, en zei: zou u misschien mijn kar even met u mee willen trekken? Ik moet namelijk even pinnen want de pin bij de kassa doet het niet. Ze keek me verbaasd (en ik verbeeldde me, ook, licht geërgerd) aan, en zei: “O, euh, ja hoor, dat ik goed.” Ik snelde naar de pinautomaat in de AH, waarvan de medewerker zojuist nog zei dat hij het deed.. maar ook daar zat een briefje op. Wat nu?
Dan maar snel naar de pinautomaat bij ABN, aan de overkant. Daar aangekomen: pin defect. Ik dacht aan die mevrouw met mijn boodschappen, en nam een koortsachtig besluit: als ik terug zou gaan, dwars door al die hordes Pinkstertoeristen, dan zou ik het niet halen. Het spijt me zo, mevrouw! Maar ik liet haar dus in de steek, met míjn boodschappen. Hopelijk zal ze het op een dag begrijpen. Misschien staat mijn kar daar morgen nog steeds te wachten? Sorry, sushi!

Me in toenemende mate schuldig voelend, maar toch ook enigszins opgefokt door toenemende tijdsdruk, besloot ik nog een poging te wagen bij de AH op de Nieuwmarkt. Maar ook daar: hetzelfde verhaal. Geen pin, en alle automaten kaduuk.
Dit was zwemmen tegen de stroom in. Ik besloot mijn plan op te geven. Dan maar geen sushi. Daar komt een mens overheen. Wel jammer om de rest van de opera te missen. Nog even langs huis om te zeggen dat het sushi-plan niet doorging. Een flesje wijn uit de voorraad in mijn tas, en twee papieren bekertjes. Gehaast terugfietsen, waar ik nog net op tijd was voor het vervolg.
Na nog anderhalf uur opera met een helicopterkwartet had ik bijzonder veel trek gekregen, dus besloot ik maar een frietje te halen. Precies op dat moment kwam ik Hanneke en Luc tegen: zij wonen in de buurt van de Westergas. Hanneke vertelde dat de allerbeste frites van Amsterdam op een paar stappen afstand te verkrijgen waren. Ze waren overheerlijk! Gelukkig ging ik weer met de stroom mee. Zo kwam alles toch nog goed.

Aus Licht/Stockhausen

Schermafbeelding 2019-06-10 om 23.28.01

Mijn bescheiden indruk, kort gezegd, na een intense dag en avond van dit enorme Holland Festival Project (ik ben alleen bij dag drie geweest):
- muziek zeer knap uitgevoerd, prachtige kostuums, beelden, lichten enz.
- intrigerende muziek (vond vooral het gedeelte met de soldaat en de zangeres erg mooi, en de koren aan het eind)
- doch mijns inziens veel te lang. In elk geval te lang naar mijn smaak. Als de helft zou overblijven dan zou er nog meer dan genoeg zijn. Mijn aandacht dwaalde regelmatig af, omdat ik het wel gehoord had. Dit gebeurde zelfs aan het eind bij de koren, hoewel dat ongelooflijk knap was gedaan: een staaltje van vakmanschap dat je niet vaak hoort. Maar ik vond wat er “dramatisch” gebeurde (of juist niet gebeurde) toch te statisch. En muzikaal gezien teveel van hetzelfde. Of mis ik iets?
- ik hou persoonlijk niet zo van al dat gesis en geklak enz. Ik vind het even leuk, maar al vrij snel wordt het in mijn oren een “truukje” dat naar mijn idee niet veel toevoegt
- maar wat ik het moeilijkst vond: het raakte me niet echt. Ik ben niet superontroerd geweest. Misschien komt het omdat er niet een duidelijk verhaal inzit, of omdat het verhaal dát erin zit, zo bizar, en/of vaag is, dat ik me niet goed kan inleven. Gevoelsmatig raakte ik er niet zo bij betrokken. Als je een spannend boek leest, wil je geen bladzijde missen. Die spanning voelde ik niet. Want in deze opera is er wel goed, kwaad en vrouwelijke energie in de vorm van Eva, maar dat vind ik dramaturgisch gezien te weinig
- ik heb diep respect voor alle musici. Ook de meiden van het Strijkkwartet: wat hebben ze geweldig gespeeld. Wat een leuke, spontane meiden en wat speelde ze goed. Complimenten voor Asdis Valdimarsdottir, die ze gecoached heeft. Ik vond die scene met die vier helicopters spectaculair. Ben ik een simpele ziel? Het begin en het eind van het stuk vond ik heel spannend. Maar ertussenin weer te lang. Het leek me wel supermoeilijk om te spelen, maar ik vond het nogal veel van hetzelfde. Teveel herhaling. Sorry als ik nu mensen kwets, hiermee!
Er bekroop mij vandaag ineens een gedachte: als sommige muzikanten, zonder die fancy kostuums, op straat deze muziek zouden spelen, dan waren veel mensen vandaag in de zaal, meteen doorgelopen.
Toch moet me, ook nu, weer iets van het hart: ik zit nog steeds te verwerken wat ik vandaag heb meegemaakt. Heeft het meer inpact om mij gehad dan ik me eerder voorstelde?

Er mochten tijdens de voorstelling geen foto’s worden gemaakt, dus de foto’s bij deze blog heb ik zo’n beetje ‘stiekem’ gemaakt.
Als je nog wat meer over de voorstelling wilt lezen: dit schreef recensent Frits van der Waa op 3 juni 2019 in de Volkskrant.
Hieronder neem ik voor een deel van zijn recensie over. Ik ben het er niet helemaal mee eens: de stukken die ik cursief zet zijn de zinnen of gedeelten waar ik het niet helemaal of helemaal niet mee eens ben. De beschrijvingen van Frits kloppen echter beter dan wanneer ik ze nu zelf uit mijn mouw schud:

Tot volgende week maandag (t/m 10 juni, is nu net afgelopen) is De Gashouder in Amsterdam herschapen tot het universum van Karlheinz Stockhausen. Parabolische lichtbanen strekken zich uit door de halfduistere cirkelvormige ruimte, waar vier grote videoschermen al het hoorbare van een visuele component voorzien. De mega-operatie Aus Licht biedt zo’n vijftien uur muziek, maar is nog zuinig vergeleken met wat Stockhausen eigenlijk voor ogen stond met Licht: een zevendelige operacyclus, voor elke dag van de week één. 26 jaar werkte hij eraan, van 1977 tot 2003.

Al vanaf de eerste deelopvoeringen werd duidelijk dat het Stockhausen, een van de grote voormannen van de naoorlogse muziek, enigszins in de bol was geslagen. Licht is gebaseerd op een zelfverzonnen mythologie met drie hoofdfiguren, Michael, ­Lucifer en Eva (zeg maar: het Goede, Kwade en Vrouwelijke). Behalve zeer nauwkeurige instructies geeft de componist ook aanwijzingen over gebaren, dansjes en scenografie, die door menigeen als tenenkrommend werden ervaren.

Foto: H. Verleur

Foto: H. Verleur

Als iemand recht kan doen aan de bedoelingen van Stockhausen is het wel theater- en operamagiër Pierre Audi. In dat opzicht is Aus Licht volledig geslaagd. De toeschouwer kan zich onderdompelen in een muziektheatrale totaalbeleving. Tegelijkertijd maakt de onderneming pijnlijk duidelijk dat Licht, naast levenswerk, vooral een uitdragerij van ideeën is.

Serieel
De muziek van Stockhausen is niet gebaseerd op toonladders, maar op alle twaalf tonen van het octaaf (en zelfs die daartussen), dit heet seriële muziek. Al het materiaal uit de opera Licht is afgeleid van drie toonreeksen, waaruit door getalmanipulaties ook alle andere grootheden als tijdsduur, vormverloop en timbre worden afgeleid.

Absoluut dieptepunt is het veelbesproken Helikopter-Streichquartett, waaraan te zien is dat Stockhausen elke bevlieging gewoon binnenschoof in zijn operaconcept. Zo wordt zondagmiddag op de schermen getoond hoe de vier jonge strijkers van het Pelargos Quartet elk in een helikopter opstijgen en, zonder elkaar te horen, een mitraillerend spervuur van verglijdende tonen voortbrengen. Niet alleen werkt het geronk van de machines vooral als stoorzender en is de compositie aan de primitieve kant, ook heeft het niets uit te staan met de materie van Licht.

Schermafbeelding 2019-06-10 om 23.27.51

Zo wordt het genie van Stockhausen menigmaal gefnuikt door zijn ­gebrek aan zelfkritiek en hang naar overmaat. In Luzifers Tanz is een enorm blaasorkest als een muur opgesteld tegenover het publiek en bestookt het drie kwartier lang met een ondoorzichtige notenbrij. Michaels Jugend, de eerste scène uit het werk en een van de weinige die nog iets weg heeft van traditionele opera, verzandt in oeverloos georeer.

De hang naar het eindeloze werkt wél in de elektronische voor- en naspelen, waarin de toehoorders vrij mogen ronddwalen in de door subtiel evoluerende lichtspelen opgeluisterde klanklandschappen, waarmee Stockhausen een voorschot nam op techno en ambient.

Spaarzaamheid loont in Mädchenprozession en Evas Lied, heldere composities die fascineren door subtiele klankmengsels, en door het aandeel van de fabelachtige kinderkoren en -solisten. Zij brengen de moeilijk te memoriseren en opnieuw erg lange muziek feilloos ten gehore.

Frappant is dat Stockhausen in zijn koormuziek juist wel tot een ­subliem evenwicht komt van vorm, maat en inhoud. In Welt-Parlament laat een met buisklokken uitgeruste voorzitter beurtelings solisten en groepen zangers aan het woord.

En Engel-Prozessionen, een grandioze ­finale van de driedaagse coproductie van De Nationale Opera en het Holland Festival – het enige stuk waarin luidsprekers geen rol spelen – is een wonderbaarlijk ritueel. De groepen zangers schrijden door de ruimte en komen uiteindelijk samen, zingend in exotische talen en samenklanken vol ongrijpbare sonoriteiten.

Dat deze meesterlijke muziek is ontsproten aan hetzelfde brein als het heilloze helikopterkwartet is ­nauwelijks te bevatten, maar ze ­bevestigt dat Stockhausens streven naar het sublieme niet tevergeefs was.

Tot zover de Volkskrant.

Schermafbeelding 2019-06-10 om 23.28.01

Het notenspel met de bel

Misschien kennen jullie het spel ‘Halli Galli’. Bij dit spel, van uitgeverij 999 Games, is het de bedoeling om alle kaarten met vruchten (pruimen, aardbeien, citroenen, bananen) te verzamelen door zo snel mogelijk op de bel te drukken. Het spel duurt ongeveer vijftien minuten en is te spelen vanaf zes jaar met twee tot zes spelers. Als je traag bent met op de bel drukken, lig je snel uit het spel.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.33.49

Wat heeft dit nu met Suzuki te maken?
Goed noten lezen heeft voor een deel te maken met een snelle reactie. Als je voor het eerst een stuk van blad speelt, maar ook als je het al wat langer studeert, kun je niet over elke noot vijf minuten nadenken. Het is handig als je meteen kunt zien, welke noot het is en waar je hem op je instrument kan vinden. Het spel Halli Galli heeft alles te maken met snel reageren. Hieronder heb ik een manier bedacht waarop het noten lezen “de vruchten kan plukken” van Halli Galli door de vruchten te vervangen door noten van verschillende hoogten met dezelfde namen!

Benodigheden:
56 kaarten met noten/intervallen (ik zal ze op mijn website www.heleenverleur.org zetten)
NB er is ook een versie met alleen G-sleutel of andere sleutels te verkrijgen. De hierna besproken versie is met name voor pianisten.
1 hotelbel zelf aan te schaffen (baliebel, te vinden op internet: kosten ± 3 euro)
Spelregels

Spelregels:

De spelers zitten naast elkaar (anders zie je de sleutels op z’n kop.) Om de beurt draaien de spelers een kaart om. Zodra er op tafel 3x achter elkaar dezelfde soort noot ligt, wint de de speler die het eerst op de bel slaat, alle open aflegstapels. Dezelfde noten zijn bv alle C’s van verschillende hoogtes in de G-sleutel, maar ook in de F-sleutel. Er kan dan bv in de G-sleutel: op tafel liggen: C2, C3 en nog een C in de F-sleutel. Zolang het maar C’s zijn, is het goed! Het doel van het spel is, om zo de meeste kaarten te winnen. Deze versie bevat:

7 C’s in de F-sleutel
7 C’s in de G-sleutel
7 G’s in de F-sleutel
7 G’s in de G-sleutel
7 D’s in de F-sleutel
7 D’s in de G-sleutel
7 A’s in de F-sleutel
7 A’s in de G-sleutel

De spelvoorbereiding

De bel wordt midden op tafel gelegd. Eén van de spelers schudt de kaarten. Hij deelt de kaarten één voor één rechtsom aan de spelers tot de stapel op is. Iedere speler legt zijn stapel gedekt voor zich neer. Ze mogen hun kaarten niet bekijken.

De speler links van de deler begint. Om de beurt draait men de bovenste kaart van zijn stapel om, en legt die open op een eigen aflegstapel bij de bel. Zorg ervoor dat alle muzieksleutels op je kaartjes links in de notenbalk staan, zodat ze niet op z’n kop op tafel komen te liggen! Je legt je kaart er zo op, dat de vorige kaart geheel bedekt is.

Wanneer wordt er gebeld?
Zodra er 3 dezelfde notennamen open op de aflegstapel zichtbaar zijn, probeert iedere speler als eerste te bellen.

Reactiesnelheid is geboden!
Wie als eerst belt, als er drie noten met dezelfde naam op tafel liggen, wint alle open aflegstapels. Deze kaarten doet hij gedekt onder zijn trekstapel. Dan begint hij een nieuwe ronde door als eerste een kaart te draaien.
Zodra een speler geen gedekte kaarten meer heeft, is hij uit het spel. Zijn aflegstapel blijft gewoon liggen en telt mee, totdat hij door een andere speler gewonnen wordt.

Als het misgaat..
Als een speler belt, en er liggen niet drie dezelfde noten (bv drie G’s), dan moet hij “voor straf” alle spelers een gedekte kaart van zijn stapel geven, te beginnen met de spelers links van hem. Hier geldt: op = op.

De winnaar
De speler die aan het einde van het spel de meeste kaarten met noten heeft, wint het spel.

Variatie 1: eerste oefenen met de losse kaarten zodat je alle noten herkent!
Variatie 2: indien te moeilijk, kun je ook beginnen met bv alleen C’s. Of alleen G’s. Of: bellen als er TWEE dezelfde noten na elkaar liggen. Of: 2 spelers in plaats van 3
Variatie 3: een variant is om in plaats van losse noten, intervallen te nemen, om die te herkennen: bv tertsen (14), kwarten (14), kwinten (14) en sexten (14).
Variatie 4: omkeringen van akkoorden: grondligging, 3/6 ligging, 4/6 ligging
Variatie 5: je moet de noten op de kaarten die je hebt gewonnen, op de piano laten horen

Bedacht door Heleen Verleur, geïnspireerd op Halli Galli (met de vruchten)

Mocht je na het lezen van dit stuk zin hebben om het spel te spelen, dan kun je de kaarten hieronder gratis downloaden. Je moet zelf nog even de maten losknippen en eventueel plastificeren.
De bel moet je zelf even bestellen op internet. Google op: ‘hotelbel’.

Noten 1

Noten 1

Noten 2

Noten 2

Noten 3

Noten 3

Noten 4

Noten 4

Noten 5

Noten 5

Spel met de noten: G-sleutel en F-sleutel noten pdf

Spel met de noten: intervallen pdf

Componeren met leerlingen

Van de week bedacht ik ineens: de laatste vijf minuten van elke les wil ik de komende tijd besteden aan het bedenken van stukken. Een soort ‘mini’ compositieles, waarbij we iedere week een stukje verder gaan met de composities. In de tussentijd noteer ik elke week in Sibelius wat de voortgang is. Tijdens de les schrijf ik dit op, of ik maak een filmpje.
Ik vind dit zelf superleuk om te doen, en de leerlingen waren ook meteen enthousiast, merkte ik.

We hebben al wat leuke beginthema’s. Dit is dus van vijf minuten per persoon, he? Hé! (sommigen íets langer ..). Ik noem liever geen namen, in verband met de privacy. Heb namelijk nog geen toestemming gevraagd dit te publiceren.
Even een greep:

Een compositie van een jonge studente (6 jaar)

Zesjarige

Compositie van 11-jarige

Elfjarige

Vijfjarige

Vijfjarige

Zevenjarige

Zevenjarige

Veertienjarige

Veertienjarige

Nu valt het me wel op, dat Suzuki-leerlingen behoorlijk goed gewend zijn om te luisteren naar muziek. Misschien ook naar de muziek in hun hoofd? Niet zo heel lang geleden beweerde een professor (ik noem even geen naam, als je het wilt weten vraag je het maar) dat Suzuki-leerlingen niet zo goed zouden kunnen improviseren, in elk geval niet beter dan ‘gewone’ leerlingen. Mij valt op, dat het resultaat zoals hierboven niet zo gauw wordt bereikt met kinderen die voornamelijk noten lezen, dus niet gewend zijn melodieën op het gehoor na te spelen. De voorbeelden hierboven zijn gewoon willekeurige studenten, niet speciaal talenten of zo (in elk geval daar niet op geselecteerd). Dus ik heb zo mijn vraagtekens bij de stelling van de professor.

If I Had Words

Wie kent dit mooie liefdesliedje uit 1977 nog, met een lichte ‘reggae touch’? Het werd met overgave gezongen door Scott Fitzgerald en Yvonne Keeley. Typisch zo’n melodie die je bijna niet meer uit je hoofd krijgt, vooral ook omdat het heel vaak herhaald wordt. Ik heb overigens nooit geteld hoe vaak!
Je kunt het hier horen op Youtube:

Scott Fitzgerald en Yvonne Keeley

En hier als filmmuziek van Babe:

Filmmuziek Babe

Niet iedereen weet dat de melodie eigenlijk is ‘geleend’ van een klassieke componist: de Franse componist C. Saint-Saëns, die u hieronder kunt horen:

Maestoso uit de 3e Symfonie in c mineur Op.78 van C. Saint-Saëns

Scott Fitzgerald & Yvonne Keeley

Scott Fitzgerald & Yvonne Keeley

C. Saint-Saëns

C. Saint-Saëns