Alle berichten van Heleen Verleur

Theatraal concert Sand en Chopin: een ervaring

Sand zelf
Sand

Gisteren, op 1 juli 2018, heb ik in Alkmaar voor de tweede keer mijn voorstelling: ‘Sand en Chopin’ gedaan. Eigenlijk kan ik beter zeggen: voor de eerste keer. Want de officiële try-out van 8 april in de Zuidhal van het Vierwindenhuis is zodanig veranderd, dat het een vernieuwde voorstelling is geworden. Er zijn meer stukken bijgekomen, de tekst staat nu vast -er is een script- en ik word sinds die tijd geadviseerd door een heuse regisseuse. Zij geeft mij erg goede adviezen, vind ik! Ik weet niet zeker of ze wil dat ik haar naam noem op het web, dus dat doe ik nog even niet. De voorstelling is er enorm door gegroeid (al zeg ik het zelf). De nieuwe vorm waarin ik het gister deed, heeft me wel wat bloed, zweet en tranen gekost. Ook het uit het hoofd leren van een script viel me behoorlijk tegen: ik heb al sinds de middelbare school niet zoveel tekst in mijn hoofd hoeven hebben. En dan heb ik het nog wel zelf bedacht, met enkele aanpassingen van de regisseuse. Het is een solo voorstelling, een one woman show, dus ik ben de hele tijd ‘aan de beurt’. Het is ongeveer een half uur tekst, en een half uur muziek. Als ik aan het woord ben, speel ik de rol van George Sand, de Franse schrijfster die bijna tien jaar een relatie met Chopin heeft gehad. In de voorstelling kies ik geen partij voor Sand of Chopin. Er zijn natuurlijk mensen die vinden dat Sand de componist Chopin slecht heeft behandeld, zelfs zijn dood heeft veroorzaakt. Maar in deze voorstelling wordt dit beeld wat minder ‘gekleurd’: Chopin zelf was ook niet de makkelijkste, wordt langzamerhand duidelijk. Al schreef hij dan ook wonderschone muziek. De voorstelling zoals hij nu is, is een echte familievoorstelling. Het is niet persé een kindervoorstelling, maar er zitten genoeg verrassingen en grapjes in om het voor kinderen ook aantrekkelijk te maken. Er is nu een plan om nog een versie te maken voor alleen volwassenen, want met enkele aanpassingen kan dit heel makkelijk.

Heleen als Sand
Heleen als Sand

Mensen die mij wat beter kennen, weten dat ik al vrij lang aan hevige plankenkoorts lijd. Ik kan je vertellen dat mij dit nog steeds parten speelt, al heb ik het idee dat ik mijn zenuwen iets beter onder controle heb, tegenwoordig. Evengoed is deze voorstelling voor mij een enorme uitdaging, want wanneer alleen piano spelen al eng is, dan kan ik je vertellen dat acteren én piano spelen (en soms ook nog tegelijk en door elkaar) nog veel enger is. Ik was vooraf letterlijk ‘als de dood’. Zoals ik het gister verwoordde: het leek op een geestelijke vorm van bungy-jumpen. Maar het mooie is (schijnt ook bij bungy-jumpen te zijn) dat je je daarna zó goed kan voelen! In dit geval ook: ik kan niet wachten om de voorstelling nog een keer te doen. Er gingen vast wel dingen mis (weet ik nog vaag) en hier en daar was ik even op zoek naar mijn tekst, maar ik voelde me Sand.
Een paar mooie momenten:

– Als (ik) Sand zegt: “Hebben jullie wel eens heimwee? Je bent bv op schoolkamp en je weet dat je pas vier dagen later weer thuisbent.” Op dat moment zie ik een moeder en een veertienjarige dochter hevig knikken. Het meisje blijkt morgen vier dagen op schoolkamp te gaan.
– Als Sand (boos) zegt: “Ik wil graag even een misverstand ophelderen” zie ik iemand in de zaal bijna van schrik van zijn stoel vallen. (Blijkbaar overtuigend boos gespeeld!)
– Bij alle vragen die Sand stelt aan het publiek, wordt hevig geknikt.. Ik voel echt contact met het publiek
– Na afloop om me heen horen dat het zo ‘verrassend’ was..
– Ook mooi: “Ik hou eigenlijk niet zo van de muziek van Chopin, maar in deze setting heb ik er erg van genoten!”
– “Ik snap nu veel beter waar de muziek over gaat..”
– “Ik vond jouw eigen stuk in de geest van Chopin zo mooi! En dan die vogeltjes erdoorheen..”
– De glunderende gezichten na afloop.

Het concert vond plaats in de Studio van Elke Piano in Alkmaar. In deze studio staat een vleugel. Overigens: de regisseuse was er gister ook bij! Heel fijn was dat.
Het mooie van dit theatrale concert is, dat er weinig voor nodig is.. Alleen een piano/vleugel, een kostuum, enkele attributen zoals een speeldoosje en vogelfluitjes. En een enthousiast publiek. Het kan overal gespeeld worden waar een piano staat.
Gister was hopelijk het begin van een lange reeks uitvoeringen!

Workshop compositie De Eend en de Vos

Tijdens deze workshop op 10 juni gaf ik onder meer les aan 9 kinderen tussen de 6 en 8 jaar oud. Eén van hen was de kleindochter van Daan Manneke, wat ik ontzettend leuk vond. De muziek van Daan Manneke was tijdens mijn conservatoriumtijd een verplicht onderdeel en voor mij was -en ís!- zijn manier van schrijven en benadering van muziek zeer verfrissend. Wat geweldig om zoveel jaren later de zoon van Daan met zijn dochter te mogen verwelkomen bij mijn compositie workshop! Het resultaat van deze workshop kun je via onderstaande link beluisteren en bekijken.

Eend en vos op Youtube

Het verhaal van Max Velthuijs tijdens de workshop 'Compositie'
Het verhaal van Max Velthuijs tijdens de workshop ‘Compositie’

Technique doesn’t exist

Youtube movie

Nice introduction of Maria Joao Pires before a concert of her student Julien Liebeer. Interesting what Maria say’s about technique. Don’t get triggered about this: if you don’t have time to watch the video, read what Silvia Pavani says about what she could have meant. 😉

Pires
Pires

“I think that when Maria says “technique doesn’t exist” she is saying that in order to conquer the instrument you have to find a way. This way will be constantly changing so you cannot call this process a technique. I don’t think she means you don’t have to sweat over a piece, but the approach should always be custom made to the difficulty of the moment.”

Silvia Pavani-De Visser

Bezoek aan een vijfentachtigjarige..

(..in het Flevohuis te Amsterdam.)
Bij binnenkomst valt mij de mooie vijver in de binnentuin op, met waterlelies en grote karpers. Een oase van rust.

Vijver in binnentuin Flevohuis
Vijver in binnentuin Flevohuis

De lift brengt mij naar de tweede etage. Er hangen hier en daar A-viertjes met de tekst: Noro-virus. Dat was vorige keer ook, maar toen ik er naar vroeg bleek het van twee weken daarvoor te zijn. Oude informatie. Ik vraag aan één van de verzorgsters waar Hans is -ik zie hem niet in zijn kamer- en of ze een vaas heeft voor de pioenrozen die ik heb meegebracht. Ze brengt me naar een soort keukentje. Daar is wel een vaas, maar geen mes om de puntjes mee af te snijden, dat ligt elders. Elders blijkt aan het eind van een lange gang: er ligt slechts één vervaarlijk uitziend mes in de la, maar je kunt er nog geen boter mee snijden. Ik volhard in mijn poging om de puntjes van de pioenrozen eraf te snijden, wat slechts gedeeltelijk lukt omdat het mes echt heel erg bot is. Nou ja, dan maar wat minder puntjes. Hopelijk komen de rozen toch wel uit. Ze staan in ieder geval prachtig in de vaas. Daarna moet ik het mes weer terugbrengen naar de plek waar ik het vandaan heb. Ik ben me er zeer van bewust dat ik met een enorm lang mes in mijn hand door een vreemde gang in een tehuis loop, terwijl ik niet eens een medewerker ben .. het is maar goed dat ik geen man ben, denk ik .. en er blijkbaar onschuldig genoeg uitzie.
Ik vul de vaas met water en loop met de verzorgster mee naar de kamer van Hans. Hij blijkt een andere kamer te hebben dan de vorige keer. Daar zit hij. In een rolstoel voor het raam. Hij is afgevallen.
Als hij me ziet, kijkt hij verheugd.
“Mag je hier wel komen?” vraag hij. “Hoezo niet, dan?” vraag ik. “Nou, ik schijn een virus te hebben.” Ik kijk naar een A-viertje op de deur. Inderdaad, daar staat het: “Contact isolatie in verband met het Noro-virus.” “Ik ga het even checken, Hans!” zeg ik terwijl ik de bloemen op zijn tafeltje zet dat vol ligt met puzzelboeken en twee onaangeroerde boterhammen en twee kopjes thee. Ik probeer iemand te vinden van het personeel. Intussen zie ik allemaal oudjes gezellig met elkaar koffiedrinken in een soort recreatieruimte. “Klopt het dat Hans een virus heeft?” vraag ik aan iemand in de keuken. “Hans, Hans.. wat is zijn achternaam?” “Verhoef,” zeg ik. “Ja, meneer Verhoef heeft een virus. Daarom zit hij geïsoleerd.” “Maar mag ik dan wel bij hem komen?” “Dat kan wel, maar dan moet u goed uw handen wassen na afloop en niet te dicht in de buurt komen.”
Nadat ik van de verbazing ben bekomen, ga terug naar de kamer. Ik besluit op afstand van hem te blijven en niets en niemand aan te raken, alsmede mijn handen goed te wassen na afloop. Hans vindt het erg fijn dat ik er ben. Hij staart naar de boterhammen die voor hem liggen. “Hier zit ik nu de hele dag,” zegt hij. “Iets anders kan ik niet. Dus wat moet ik? Ik kijk uit het raam. Hier is een kruispunt, daar komt veel langs. Maar verder zie ik niemand.” Ik kijk naar het bord met eten dat voor hem staat. “Maar dit hebben ze je wel gebracht, Hans.. maken ze dan niet even een praatje me je?” “Het dienblad wordt voor je neergezet en dan gaan ze weer. Vandaag zit ik hier tot zeven uur. Daarna wordt ik in bed gelegd. Elke dag, wekenlang. Maar ik ga de dertiende naar huis. Dat is zeker.”
Ik vraag me af of, en hoe dat moet gebeuren.. hij kan niet zelf vanuit zijn rolstoel in zijn bed komen. Er komt een speciale lift bij te pas.. kan je zo’n lift in je huis krijgen? Met een thuiszorger erbij? Vragen voor later. Ik zie dat hij zichtbaar geniet van de gedachte weer naar huis te kunnen. Hoop doet leven. Dat is nu het belangrijkste. Ik wijs op het apparaatje om zijn hals in de vorm van een ketting met een drukknop. “Moet je daarop drukken als je naar de wc moet?” “Als er wat uitmoet, dan druk ik daarop,” zegt Hans. “En dan komen ze.” We zwijgen. “Heb je eigenlijk last van dat virus?” vraag ik. “Helemaal niet..” zegt Hans. Ik vraag me af wat dit virus dan wel inhoudt?
“Er is hier een mooie binnentuin,” zeg ik. “Met een vijver met enorme karpers. En kippen. Ben je daar al eens geweest?” “Nog niet,” zegt Hans, “en nu kan het niet omdat ik deze kamer niet uitmag.” “Als je weer beter bent, rijd ik je ernaar toe,” zeg ik.
“Hoe vermaak je je hier, kijk je wel eens televisie?” “Soms, maar ik kan het geluid niet goed horen, dus ik kijk alleen naar dingen waar letters bijstaan.” “Zou je misschien wat meer te lezen willen hebben?” vraag ik. “Tijdschriften, een krant?” Hans knikt. “Ja, ik hou wel van lezen,” zegt hij. “Maar een krant krijg ik hier niet. En tijdschriften ook niet.” “Die neem ik voor je mee, de volgende keer,” zeg ik. Kleine moeite, lijkt me.
Ik kijk naar de boterhammen die na drie kwartier nog steeds voor hem liggen. “Moet je niet eens wat eten, Hans? Het is al bijna lunchtijd. En je thee, lust je die niet?”
“Ik zou wel eens een borrel lusten,” zegt Hans, “dat krijg je hier ook niet.” Ineens dringt het tot me door dat er hier in het Flevohuis geen restaurant is, zoals in het Eduard Douwes Dekkerhuis, waar mijn vader, Joop, de laatste maanden van zijn leven sleet. Toen Joop daar zat, kocht ik soms een biertje voor hem.. Of ik nam het mee, daar deden ze niet moeilijk over. Maar hier is het volgens mij strenger. Zou het wel mogen? Ik kan het natuurlijk ook een keer vragen. Maar volgens mij hebben ze te weinig personeel om erop te letten. Ik neem me voor de volgende keer een borrel voor Hans mee te nemen. Een borreltje op zijn tijd, voor een 85-jarige, kan toch geen kwaad? Misschien leeft hij dan weer een beetje op. Ik vertel hem over mijn plan. Even glanzen zijn ogen, maar dan zegt hij: “ik weet niet of dat wel mag.” “Hans, ze hoeven het niet eens door te hebben. Ik neem een klein heupflesje mee, dan schenk ik jou een glas in -het kan zelfs in een waterglas- en ze zien niet het verschil tussen water en jenever. Ik zie een twinkeling in zijn ogen. “Misschien ruiken ze het,” zegt hij. “Welnee, daarna geef ik je een Fishermans Friend, dan ruiken ze niks,” zegt ik. “Trouwens: je drinkt toch niet de hele fles leeg? En anders geef je mij maar de schuld.” We kijken elkaar samenzweerderig aan.
Ineens valt hij aan op de boterhammen. Binnen vijf minuten zijn ze alsnog weggewerkt, alsmede twee koppen thee en een bekertje met medicijnen. “Goed zo, Hans,” denk ik, “that’s the spirit.” Nadat hij is uitgegeten, zegt hij:
“Jeroen is al een tijd niet geweest. En Nikki ook niet. Tja, ik kan ze niet dwingen om te komen.” Hij krijgt een treurige blik in zijn ogen. “Als ze niet willen, dan komen ze niet.” Het is even stil. Ik weet niet wat ik moet zeggen.
Dan ineens, op verheugde toon: “Ik ben binnenkort jarig. Ik hoop dat ze dan wel komen. Ik zorg voor taartjes.”
“Dan komen ze zeker, Hans,” hoor ik mijzelf zeggen, “dat móet!”

Hans woonde tot de dood van mijn moeder bij haar.. mijn ouders waren al lang geleden gescheiden.

APK concert 26 mei 12:30

Bij dit concert spelen drie verschillende pianisten muziek van Mozart, Schubert, Chopin, Bach en Verleur. Marjo speelt twee prachtige Rondo’s van Mozart. Voor wie het niet weet: een Rondo is een stuk waarbij het hoofdthema een aantal malen terugkomt (bijvoorbeeld Für Elise van Beethoven is een bekende Rondo.) Mariette speelt Schubert, de componist die nog met één voet in de klassieke periode stond, onderweg naar de romantische muziek van Chopin. Heleen gaat voor de Barok: zij voert -voor de allereerste keer in haar leven ooit- het eerste deel van het Italiaanse Concert van Bach uit. Maar ze speelt ook haar eigen Prélude & Fuga Op 3 van lang geleden, waarbij zij op bescheiden wijze in de voetsporen van Bach probeert te treden.. maar hé, hoe kan het dat die chromatische lijn in de Prélude van Heleen lijkt op de baslijn van de Chopin Wals? Dit gaat Heleen u laten horen tijdens het concert. Verder speelt zij een eigen compositie zoals Chopin zou hebben kunnen schrijven als hij van vogels had gehouden: horen we daar een beroemde populaire melodie doorheen? En waar komt dat vogelgefluit vandaan? Het lijkt wel uit het publiek te komen! Vrijwillige bijdrage na afloop van het concert.

APK concert 26 mei 2018